FR NL EN
FR NL EN
Gsm-abonnementen Prepaid Herladen Roaming Alle mobiele producten
Internet abonnementen Boost je wifi
Mobiel
Gsm-abonnementen Prepaid Herladen Roaming Alle mobiele producten
Internet
Internet abonnementen Boost je wifi
Particulieren Zelfstandigen
Particulieren Zelfstandigen

Wat betekenen de internet-, wifi- en modeminstellingen?

In My BASE > Internet > Je thuisnetwerk  kan je verschillende instellingen van je thuisnetwerk bekijken of aanpassen:

Hier vind je basisinformatie over je modem, zoals het type modem en het bijbehorende MAC-adres. Dat is een uniek identificatieadres van je modem. Je kan je modem hier ook herstarten, zonder de knop op je modem te gebruiken. Zorg wel dat je thuis bent en verbonden bent met je modem wanneer je dit doet.

1. Hier kan je je wifi-netwerk thuis een eigen naam geven en je wifi-wachtwoord aanpassen. Let op: als je je netwerknaam of wachtwoord wijzigt, moet je al je toestellen opnieuw verbinden met de nieuwe gegevens.

2. Je vindt hier ook informatie over het wifi-signaal van je modem. 

  • Wifi-netwerk 2.4 GHZ of 5 GHZ: dit is de frequentie die je wifi-netwerk gebruikt. Gebruik bij voorkeur beide frequenties. 2,4 GHz heeft meestal een groter bereik en gaat beter door obstakels zoals muren. 5 GHz heeft een korter bereik, maar kan hogere snelheden halen.
  • Wifi-standaard: dit is de standaard die je wifi-netwerk gebruikt. Laat deze instelling bij voorkeur op de standaardwaarde staan voor een goede compatibiliteit en goede prestaties.
  • Wifi-kanaal: dit is het kanaal waarop je wifi-netwerk communiceert. Laat dit bij voorkeur op automatisch staan.

Hier kan je een speedtest uitvoeren om je verbinding te controleren. Je kan ook onze FAQ: ‘Test en verbeter je internetsnelheid’ raadplegen. Daar kan je je wifi testen en vind je handige tips.

Met MAC-filtering bepaal je welke apparaten verbinding kunnen maken met je wifi-netwerk en welke niet. Om een apparaat toe te staan of te blokkeren, heb je het MAC-adres van het apparaat nodig dat je wil toestaan of blokkeren.

Hier krijg je een lijst van alle apparaten die verbonden zijn met je wifi-netwerk thuis. Zo zie je makkelijk welke toestellen je netwerk gebruiken. Hoe meer toestellen tegelijk actief zijn, hoe groter de kans dat je wifi trager aanvoelt.

Deze instellingen zijn bedoeld voor klanten met technische kennis. Pas ze alleen aan als je weet wat je doet. Een verkeerde wijziging kan invloed hebben op je internetverbinding.

1. Netwerk

  • LAN-configuratie (= Local Area Network): dit zijn de instellingen van je lokale netwerk. Ze zorgen ervoor dat je modem meerdere apparaten binnen je thuisnetwerk kan verbinden.
  • LAN-subnet: dit is een deel van je lokale netwerk, met eigen IP-adressen.
  • UPnP (= Universal Plug and Play): hiermee kunnen bepaalde apparaten, zoals gameconsoles of printers, automatisch communiceren met andere apparaten of diensten. Het kan ook helpen om bepaalde verbindingen makkelijker in te stellen. Deze optie staat standaard uit.
  • WAN-configuratie (= Wide Area Network): dit zijn de instellingen voor de verbinding tussen je modem en het externe internetnetwerk.
  • IP-adres: hiermee wordt een apparaat op een netwerk geïdentificeerd.
  • Modem bridging: dit kan handig zijn als je je eigen router wil gebruiken of bepaalde instellingen van je thuisnetwerk zelf wil beheren. Deze optie staat standaard uit.

2. IPv4-firewallinstellingen

  • Gefragmenteerde IP-pakketten blokkeren: dit kan helpen om bepaalde beveiligingsrisico’s te verminderen, maar kan ook netwerkproblemen veroorzaken als legitieme pakketten geblokkeerd worden. Deze optie staat standaard uit.
  • Firewallbescherming: dit helpt je netwerk beschermen tegen ongewenst of schadelijk verkeer, zoals virussen en spyware. Deze optie staat standaard aan.
  • DMZ-adres: dit is een tussenliggende zone tussen je interne netwerk en het externe netwerk. Deze optie staat standaard uit.
  • Port forwarding: hiermee kan je verkeer van bepaalde poorten doorsturen naar specifieke IP-adressen. Dit is vooral handig als je bijvoorbeeld je eigen server gebruikt.
  • TCP-poort (= Transmission Control Protocol): wordt gebruikt voor bepaalde gegevensuitwisselingen op het internet, zoals e-mails versturen, websites bezoeken of videobellen.
  • UDP-poort (= User Datagram Protocol): wordt vaak gebruikt voor livestreaming en online gaming.

3. IPv6-firewallinstellingen
IPv6 verschilt van IPv4 op het vlak van onder andere de lengte van de adressen, het aantal beschikbare adressen, de structuur van de adressen en bepaalde beveiligingsaspecten.

Wifi beperken of automatisch uitschakelen

BASE biedt geen functie om je wifi automatisch uit te schakelen op vaste tijdstippen of om ouderlijk toezicht in te stellen op je internet- of wifi-netwerk.

Wil je het internetgebruik beperken? Kijk dan welke opties beschikbaar zijn op het toestel zelf, in het besturingssysteem of via een externe app. Je kan de wifi van je modem ook handmatig uitschakelen, maar dan is je internetverbinding tijdelijk niet beschikbaar voor alle toestellen in huis.